|
Als je deze vraag stelt aan drie experts op
het gebied van media-educatie, krijg je waarschijnlijk
drie verschillende antwoorden. De definities
van media-educatie lopen namelijk nogal uiteen.
Eigenlijk zijn er drie opvattingen te onderscheiden.
De eerste opvatting
In de eerste opvatting worden kinderen
geleerd reclame te doorgronden; worden kinderen
geleerd kritisch te kijken naar hun mediagebruik
en - meer in het algemeen - hoe media op hun
gedrag en beleving inwerken.
De tweede opvatting
In de tweede opvatting wordt dit laatste punt
zwaarder aangezet. Kinderen groeien op in een
wereld die via de media in vele opzichten hun
wereldbeeld bepaalt. Opvoeders (dus ook leerkrachten)
moeten daar in hun opvoeding veel beslissingen
over nemen en kinderen minimaal toerusten tot
gezond gedrag. Hoe dat gaat, kan gaan en - wellicht
zelfs - behoort te gaan, komt in deze opvatting
van media-educatie sterk naar voren. Kwesties
als omgaan met mediageweld en de vormende waarde
van media, m.b.t tot gedrag, beleving, fantasie,
en wereldbeeld, spelen een belangrijke rol.
Deze opvatting van media-educatie kom je vooral
tegen in boeken en artikelen over kinderen en
media.
De derde opvatting
In de derde opvatting wordt media-educatie het
breedst opgevat. Media-educatie betreft nu het
leren over media met gebruikmaking van media.
Daarbij gaat het om het analyseren van tekst,
beeld en geluid en het zelf produceren ervan.
In deze opvatting is een kind niet alleen media-consument
(vergelijk opvatting één en twee);
een kind is ook actief media-producent!
Deze laatste opvatting wordt binnen de GEL
Kind en Media gehanteerd. |