Het planbord is
een groot bord waarop de leerling kan zien welke werkjes hij kan doen.
Door middel van zijn eigen kaartje kan hij zelfstandig een werkje uit kiezen.
Op deze manier gaan kinderen in een vrij korte tijd snel aan de slag. Je
onderwijstijd is efficiënt ingericht. Tijdens het werk kunnen kinderen
wisselen van werkjes door middel van het naamkaartje te wisselen van werkjes.
In een les kunnen kinderen meerdere werkjes na elkaar doen. De leerlingen
kunnen op het planbord zien welke werkjes beschikbaar zijn. Dit werkt erg
motiverend. Door middel van het planbord kun je in de groep goed differentiëren.
Op de kaartjes
die op het bord hangen kunnen plaatjes staan, maar ook symbolen of teksten.
Je kunt ook zelf bepalen hoeveel leerlingen er met een opdracht bezig zijn.
De leerlingen zien gelijk of er nog een leerling bij het werkje kan aansluiten
of dat het vol is. De boekenhoek kun je ook tot een onderdeel van het planbord
rekenen.
Hoe kun je het planbord in je groep gebruiken?
Het planbord is te gebruiken bij de kleuters, maar ook in de hogere groepen, midden- en bovenbouw, kan je gebruik maken van het planbord.
Bij de kleuters:
Na het kringgesprek
gaan de kleuters van wie het naamkaartje bovenaan staan na het planbord
toe en hangen hun kaartje bij het gekozen werkje. Hierna volgen de andere
kleuters. Je geeft duidelijk aan dat de kinderen al van tevoren nagedacht
moeten hebben wat ze willen gaan doen. Hebben ze hun naamkaartje opgehangen
gaan ze meteen aan de slag. Door deze manier van werken hou je vaak meer
tijd over voor extra aandacht voor bijvoorbeeld zorgkinderen.
Bij hogere
groepen:
Het is voor een
leerkracht vaak moeilijk om te leerlingen continu aan het werk te houden.
Je geeft de leerlingen een opdracht waar ze een tijd mee bezig zijn, maar
ze zijn nooit allemaal te gelijk klaar. Door het planbord zorg je ervoor
dat de leerlingen altijd weten wat ze moeten doen als ze klaar zijn. Het
zorgt ervoor dat de leerlingen niet onrustig worden als ze klaar zijn want
ze hebben nog genoeg te doen. De opdrachten die op het planbord staan kun
je altijd zelf bepalen. Je kunt de opdrachten maken als verrijking voor
bepaalde vakken, maar je kunt ze ook de gelegenheid geven om de plaatsen
van aardrijkskunde nog eens goed te oefenen. Het is een goede manier om
opdrachten op een andere manier aan te bieden.