Klassenmanagement
 
 

'Klassenmanagement is het scheppen van voorwaarden voor succesvol onderwijs.'

Management is het moderne woord voor sturen, plannen, regelen en organiseren. Organisatoren heten voortaan managers. Als een leerkracht in zijn klas een planning maakt en organiseert is hij een manager; hij houdt zich bezig met klassenmanagement.
In het onderwijs zijn grote verschillen in klassenmanagement te constateren. De ene leerkracht weet met enkele doordachte maatregelen een klas succesvol te organiseren, terwijl de andere leerkracht met een groot aantal noodgrepen hiertoe niet in staat is. In het ene lokaal hangt een sfeer van gezelligheid die uitnodigt tot activiteit, terwijl in het andere lokaal de saaiheid al bij de deur proefbaar is.
Er bestaat dus goed en slecht klassenmanagement.

Op de pagina gaan we in op wat klassenmanagement precies is, maar ook hebben wij een management en instructieschaal opgenomen (MIS). Met behulp van dit instrument kan een leerkracht geobserveerd worden op klassenmanagement.

Het hoe, wat en waarom van klassenmanagement
De management en instructieschaal


 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

             Het hoe, wat en waarom
 

Onder klassenmanagement verstaan we een verzameling organisatorische vaardigheden van de leerkracht met het doel dié voorwaarden te vestigen en te handhaven waardoor instructies van de leerkracht en leeractiviteiten van de leerlingen succesvol zijn. Kortom:

"Klassenmanagement is het scheppen van voorwaarden voor succesvol onderwijs"
(Veenman, 1993)

Klassenmanagement is sturen en bijsturen. Hiertoe behoren onderwijstaken als plannen, organiseren, coördineren, leidinggeven, controleren en het verzorgen van de communicatie. Dit behoort tot het dagelijkse beroepsmatige handelen van de leerkracht. Naarmate de leerkracht daar beter of slechter in slaagt, is er sprake van goed of minder goed klassenmanagement.

In recent onderzoek wordt een aantal basisvaardigheden voor goed klassenmanagement sterk benadrukt: duidelijk zijn, consequent zijn en evenwichtig reageren. Deze basisvaardigheden behoren in feite niet tot specifieke klassenmanagementvaardigheden, maar zijn richtlijnen voor elk pedagogisch gedrag. Zodoende hebben deze niet onze volledige aandacht. Volgens Veenman (1993) zijn er in de literatuur vier aandachtsgebieden aan te wijzen waarop klassenmanagement zich richt. Het zijn:

  1. De preventie van probleemsituaties
  2. Didactische vaardigheden
  3. Regels en afspraken
  4. De inrichting van de klas
In het voorafgaande werd al gesteld dat klassenmanagement een verzameling is van organisatorische vaardigheden met het doel onderwijs succesvol te laten verlopen. Eén van de belangrijkste organisatorische vaardigheden is plannen.
Allerlei gebeurtenissen in de klas vragen om op maat gesneden beslissingen. Veel van die beslissingen kunnen door de leerkracht vóór de les genomen worden. Deze beslissingen noemen we planningsbeslissingen. Hieronder vallen allerlei regels en afspraken die vooraf bedacht zijn. Ze scheppen duidelijkheid voor de leerlingen en voor de leerkracht. Andere beslissingen neemt de leerkracht pas op het moment dat de situatie erom vraagt. Deze beslissingen noemen we keuzebeslissingen. Bij planningsbeslissingen gaat het dus om sturen vooraf en bij keuzebeslissingen om bijsturen op het moment.

Goed management wordt gekarakteriseerd door veel planningsbeslissingen; en minder goed klassenmanagement door relatief veel keuzebeslissingen. De ene leerkracht laat op het moment aankomen wat de ander al heeft voorzien. Hieronder worden de vier aandachtsvelden kort besproken waarbij ons speciaal richten op planningsbeslissingen, omdat je hierdoor effectief om gaat de klas en de tijd. Het is dus van belang voortdurend na te gaan:


* Preventie van probleemsituaties

Succesvol management richt zich op de eerste plaats op het voorkomen van problemen. In de klas kunnen allerlei probleemsituaties vooraf overdacht worden, waardoor de leerkracht bij het optreden van zo'n situatie een betere beslissing kan nemen. Bovendien is de kans dat de leerkracht consequent optreedt groter, wat meer duidelijkheid voor de leerling schept.

Ter illustratie staan we stil bij een aantal probleemsituaties die hun oorzaak buiten de klas of groep vinden.

Probleemsituatie:
- lesonderbreking door de directeur, collega's, ouders die even iets komen zeggen of vragen
- leerlingen die te laat komen
- leerlingen die in de loop van het jaar instromen
- administratief werk in de klas
- leerlingen die specifieke aandacht nodig hebben
- zieke leerlingen, ongelukjes in de klas
- leerlingen die tengevolge van de thuissituatie onhandelbaar zijn.

Deze lijst is natuurlijk met nog veel meer situaties uit te breiden. Op het gebied van de preventie van probleemsituaties is een van de voornaamste management vaardigheden dat de leerlingen voelen dat je 'erbij' bent. Voor het ontwikkelen van die vaardigheid heeft de leerkracht een aantal hulpmiddelen ter beschikking:

- kies steeds voor een positie in de klas waar je alle leerlingen kunt zien en waar de leerlingen jou kunnen zien, ook als je bijvoorbeeld instructie geeft aan een deelgroep;
- kijk de leerlingen tijdens de instructie regelmatig aan, maar zorg ook voor oogcontact met de rest van de groep;
- maak korte, tussentijdse notities over opvallend gedrag van leerlingen;
- let op leerlingen die zich niet aan de regels houden;
- laat de leerlingen weten dat u correct gedrag waarneemt en waardeert
- kies elke dag een leerling uit die wat nauwgezetter gevolgd wordt.
 

* Didactische vaardigheden

Succesvol management richt zich eveneens op de zorg voor een positief werkklimaat. Zoals een kleuter zich veilig en geborgen moet kunnen voelen om tot spel en spontaan leren te komen, zo zal het oudere kind pas binnen een uitdagende sfeer tot optimale leerprestaties kunnen komen.
Kounin (1970) heeft met behulp van video-opnames een onderzoek gedaan naar didactische vaardigheden die tot managementvaardigheden gerekend kunnen worden. Hij kwam tot de volgende vijf vaardigheden:

  1. Alert zijn

  2. De leerkracht heeft 'ogen in zijn achterhoofd (en aan beide zijkanten). Zich voortdurend door de klas bewegend kan hij bij ordeverstoringen of pogingen daartoe onmiddelijk ingrijpen en dus in het allereerste stadium bestrijden. Dit onmiddelijk ingrijpen kan de volgende vormen aannemen: aankijken, berispen, prijzen en/of beschrijven van gewenst gedrag.
     
  3. Het spreiden van de aandacht

  4. De leerkracht moet soms meer dingen tegelijkertijd doen: nieuwe stof uitleggen én correctief optreden; de voortgang van de les bewaken én leerlingen individueel helpen; in een combinatieklas beide groepen in de gaten houden. Het zal duidelijk zijn dat de vaardigheid van aandachtsspreiding nauw samenhangt met de vaardigheid van het alert zijn.
     
  5. Het 'erbij houden' van de groep

  6. Om de actieve leertijd van de groep te verhogen, kan de leerkracht bijvoorbeeld denken aan:
    - Zorg dat alle leerlingen de leerkracht kunnen zien (een vaste instructieplaats)
    - Gebruik bij de instructie aan een deelgroep geen al te opvallend of te lawaaiig materiaal.
    - Alle leerlingen moeten het materiaal dat ze nodig hebben zelf kunnen vinden op een manier die zo min mogelijk storend is voor de rest van de leerlingen.
    - Zorg voor een heldere en evenwichtige beurtverdeling (spreiden van aandacht en beurten over actieve en passieve leerlingen), wisselende patronen bij het geven van beurten; eerst vragen en daarna pas de leerling noemen die het antwoord mag geven; geef voldoende denktijd; laat leerlingen op elkaar reageren en vermijd het letterlijk herhalen van antwoorden.
    - Ontwikkel zelf een actieve luisterhouding; blijf opgewekt en betrokken; geef realistische feedback; gebruik verschillende instructievormen en leermiddelen; zorg voor voldoende uitdaging; maak gebruik van stilte momenten en sluit aan bij de belevingswereld van de leerling.
     
  7. Het verantwoordelijk stellen van de leerling voor hun leren

  8. Binnen het onderwijs is het een belangrijk principe geworden dat leerlingen leren inzien dat zijzelf voor een deel verantwoordelijk gesteld kunnen worden voor de kwaliteit van hun eigen leerresultaat. De leerkracht zal daarbij natuurlijk altijd doelgericht aanwijzingen moeten geven. Daarnaast blijkt een snelle correctie van het door de leerlingen gemaakte werk de betrokkenheid te vergroten. Tenslotte kan de leerkracht bij het hanteren van de vraagtechniek leerlingen betrekken bij de vragen en antwoorden van medeleerlingen.
     
  9. Het vermijden van lesonderbrekingen

  10. Een les kunnen we opvatten als een voortdurende stroom van signalen. Deze signalen zijn afkomstig van de leerkracht, de leermiddelen en de leerlingen. Uit onderzoek van Kounin (1970) blijkt dat hoe constanter de signaal-stroom is, des te groter de betrokkenheid van de leerlingen bij de les is. Onderbrekingen van de signaal-stroom leiden namelijk vaak tot niet-taakgericht gedrag van de leerlingen. Als er toch een onderbreking noodzakelijk is, bijvoorbeeld omdat de leerkracht een verkeerde opdracht heeft gegeven, dan moet deze zo snel en efficiënt mogelijk worden afgehandeld. Een continue stroom van signalen kan overigens ook geschaad worden door een algemene chaotische werkwijze van de leerkracht. Een chaotische werkwijze kan door goed management voorkomen worden. Het moet dan ook een regel zijn dat er niet gestoord mag worden bij de instructie aan een (deel)groep, je kan dan bijvoorbeeld aan de deur een bordje ophangen dat er niet gestoord mag worden.


* Regels en afspraken

Het ontwerpen van regels kan worden gezien als een overeenkomst tussen de leerkracht en de hele klas. Afspraken hebben meer te maken met een overeenkomst tussen de leerkracht en één of meer leerlingen. De planning van regels en en afspraken is het startpunt van goed management. Leerlingen hebben geen afkeer van de duidelijkheid die uit redelijke regels en afspraken spreekt. De regels en afspraken waaraan we denken hebben betrekking op bijvoorbeeld: het betreden of verlaten van het lokaal; de inrichting / het gebruik van het lokaal; het kringgesprek; het individueel werken in de klas; de instructie; het groepswerk, enzovoort. Bij het ontwerpen van regels en afspraken kan de leerkracht denken aan de volgende aandachtspunten:

- hoe wordt het vragen om informatie door de leerlingen geregeld?
- welk signaal wordt gebruikt om de aandacht van de hele klas te vragen?
- welke opvatting bestaat over 'stil' of 'rustig' werken?
- welke materialen worden dagelijks / wekelijks / maandelijks gebruikt?
- hoe verloopt de distributie van die materialen?
- welke afspraken zijn er als er bepaalde materialen niet aanwezig zijn?
- welke regels gelden voor de distributie van boeken (bijv. uitleentijd)?
- welke materialen mogen door de leerlingen c.q. leerkracht worden verspreid?
- welke regels gelden er tijdens de instructie van leertaken?
- hoe verloopt het leiderschap tijdens groepswerk?
- hoe verloopt het elkaar onderling helpen door leerlingen?
- hoe verloopt het werken in verschillende werkhoeken?
- hoe worden (les)verstoringen voorkomen?
- op welke wijze wordt het werk ingeleverd?
- wat mogen de leerlingen doen als ze klaar zijn met hun werk?
- wat is (on)acceptabel gedrag in de klas?


* De inrichting van het klaslokaal

De inrichting van het klaslokaal kan een belangrijke bijdrage leveren aan de werksfeer in de klas. Het lokaal is werk- en verblijfruimte voor ongeveer vijf uren per dag. Het is daarom zinnig de inrichting van het lokaal eens wat kritischer te bekijken.

- Waar wordt meestal de instructie gegeven?
- Waar moeten de leerlingen kunnen lopen?
- Waar bevinden zich de materialen?
- Hoe kan veelvuldig storend geloop worden voorkomen?
- Zijn de materialen makkelijk bereikbaar voor alle leerlingen?
Bij de beantwoording van deze vragen komen we in elk geval al tot een onderscheid in instructie-, loop- en materiaalruimte. Binnen de klas is het belangrijk dat alle leerlingen de leerkracht en het bord goed kunnen zien, terwijl het natuurlijk ook zo is dat u zelf de leerlingen ook moet kunnen opmerken. Voorts moeten leermiddelen aan het begin van de les gebruiksklaar liggen en tenslotte moeten opstoppingen in druk-belopen delen in de klas voorkomen worden. We staan nu kort stil bij een aantal aspecten van de klassenruimte:
Muren en plafonds kunnen dienen om allerlei zaken zichtbaar te maken en de klas te verfraaien.
De vloerruimte kan zodanig worden gebruikt dat u vanaf uw werkplek alle leerlingen (en zij u) tijdens de klassenactiviteiten kunnen zien.
Een (werk)hoek is vaak een plek waar leerlingen zondere directe hulp van de leerkracht aan een speciale taak kunnen werken en waar zich dan ook vaak specifieke apparatuur bevindt.
Kasten worden gebruikt om leermaterialen overzichtelijk op te slaan.
De lessenaar van de leerkracht is overzichtelijk opgesteld en opgeruimd.
Een kleine klassenvoorraad van verschillende soorten schriften, potloden, inktpatronen, atlassen, werkboekjes enz.
Onderwijsleermiddelen (landkaarten, bordlat, passer, puntenslijper enz.) hebben in de klas hun vaste plek.
Bezittingen van de leerlingen behoren niet tot de vaste inventaris van de klas, maar maken er wel dagelijks deel van uit en dus moet een antwoord gevonden worden op waar het boterhammentrommeltje, de bal en het springtouw in klas neergelegd worden.
Tenslotte...
Vaak wordt succes in het lesgeven afgemeten aan de mate waarin leraren er in slagen orde te houden in hun klas. Omdat het houden van orde vaak vereenzelfigd wordt met controle, discipline en het uitoefenen van tucht, heeft het begrip een wat negatieve bijklank gekregen en is het vervangen door 'klassenmanagement' (hoewel onder het laatste begrip veel meer aspecten dan orde alleen worden gerekend). In algemene zin kan klassenmanagement dan worden omschreven als het treffen van voorzieningen en maatregelen die nodig zijn voor het vestigen en in stand houden van een omgeving, waarin onderwijs en leren kunnen gedijen. 'Orde', in de zin van een ordelijk onderrichts- en leermilieu, is dan een uitvloeisel van deze voorzieningen en maatregelen.

Uit onderzoek blijkt dat effectieve en minder-effectieve klassenmanagers niet zozeer van elkaar verschillen door de wijze waarop zij ordeverstoringen aanpakken, maar wel m.b.t. de wijze waarop zij deze voorkomen. De effectieve klassenmanager heeft namelijk in de gaten wat er zich in de klas afspeelt: hij is 'erbij' en zal daardoor ook in staat zijn simultaangedrag (tegelijkertijd verschillende dingen doen) vertonen. De leerlingen weten dat de leerkracht 'er is' en dat deze bij ordeverstoringen snel en consequent zal ingrijpen. Door op efficiënte wijze om te gaan met de tijd zal het minder snel voorkomen dat de leerkracht 'ergens geen tijd voor heeft'. Een goede 'timing' bij het ingrijpen bij ordeverstoringen, opbouw van lessen (waarin continuïteit en vaart belangrijke aspecten zijn in de uitwerking) en het vormgeven aan een schooldag/ -week kenmerken de effectieve klassemanager. Door een effectieve presentatie van de leerstof zal hij de aandacht van de leerlingen proberen vast te houden en hen leren zelf verantwoordelijk te stellen voor een belangrijk deel van hun eigen leerresultaat. Tenslotte zullen de verwerkingsopdrachten in moeilijkheidsgraad gericht zijn op het streven naar een succeskans voor de leerlingen van 70% - 75%.

Een goed begin.... is het halve werk. De effectieve klassenmanager laat het schooljaar eerder beginnen dan de eerste schooldag in het besef dat een gedegen planning van onderwijsactiviteiten het onderwijs aan de kinderen ten goede komt. Maar daarnaast is het ook zo dat de eerste weken vaak bepalend zijn voor het verloop van het verdere schooljaar. Aan het begin van het schooljaar worden klassikaal de regels en afspraken doorgesproken, de verschillende werkwijzen toegelicht, bij de leerlingen het gevoel ontwikkelen dat de leerlingen 'het nieuwe schooljaar (de groep) aankunnen', en natuurlijk wordt stilgestaan bij het materiaalgebruik.

Wanneer je meer wilt lezen over klassenmanagement kijk dan op de volgende internetpagina's.

http://www.xs4all.nl/~wilghoek/mis.doc
http://www.dse.nl/hbroeren/effinstr.htm
http://www.socsci.kun.nl/ped/owk/medewerkers/veenman/onderzoek.htm


bronnen: studietekst: Aanbod, interactie en organisatie (periode 5)
              studietekst: Effectieve instructie en doelmatig klassenmanagement (periode 7) 


Terug naar het begin: 'klassenmanagement'