In de praktijk kom je verschillende situaties tegen die met leerstijlen te maken hebben. Elke leerling heeft zijn eigen leerstijl. Als leerkracht moet je goed weten met wat voor soorten leerstijlen je te maken kunt hebben in je klas of groep. Het is heel belangrijk, want als jij de stof op een manier brengt die bij sommige leerstijlen van leerlingen niet past zullen deze leerlingen waarschijnlijk afhaken.
Als je weet dat leerlingen een reproductie gerichte leerstijl hebben zul je daar rekening mee moeten houden. Je hebt in het vorige artikel 'Wat is een leerstijl.' kunnen lezen dat heel vaak gevraagd wordt naar een reproductiegerichte leerstijl bij leerlingen. Deze leerstijl is nodig voor de soort vragen die leerkrachten stellen. Zij vragen namelijk bij de leerlingen naar bijna exacte reproductie van de kennis. Toch is gebleken dat sommige leerlingen door deze manier van leren vaak in de hoofdfase van hun studie in de problemen komen. Als leerkracht zijnde is het in dit geval dus goed om te begrijpen hoe het komt dat een leerling informatie niet op langer termijn kan onthouden. Als leerkracht moet je dan ook weten wat er aangedaan moet worden.
In dit geval kan de leerling de stof niet lang genoeg onthouden om het in de hoofdfase te kunnen reproduceren. Dit komt doordat reproductie gericht leren betekent: 'de stof van binnen en van buiten passief uit je hoofd leren'. Dit levert echter problemen op als je wilt dat iets in het langer termijngeheugen wordt opgeslagen. Dit heeft te maken met de mate waarin nieuwe informatie betekenis krijgt voor de leerling. Nieuwe informatie krijgt pas een betekenisvol karakter als deze verbonden kan worden met reeds aanwezige kennis van de leerling. De leerlingen maken zo een nieuw netwerk van woorden rond de nieuwe kennis en kunnen het ook plaatsen in hun reeds aanwezige kennis.
Leerlingen met een reproductieve leerstijl leren ook vaak via herhaling. Er is door onderzoeken aangetoond dat gegevens niet langer als achttien seconden in het korter termijngeheugen aanwezig blijft. Herhaling van de gegevens kan deze periode verlengen. Heeft het herhalen echter een mechanisch karakter, dan zal het effect gering blijven, omdat de informatie niet 'verder komt' dan het korter termijngeheugen. Voor een langduriger beschikbaar blijven of, ook wel het beklijven van informatie, is het noodzakelijk dat deze zinvol georganiseerd en met de reeds aanwezige kennis in het langer termijngeheugen geïntegreerd wordt. Voor het onthouden en het later gemakkelijker kunnen terugvinden en oproepen van informatie is het noodzakelijk, dat deze gecodeerd wordt opgeslagen. Voorbeelden van codering zijn: woorden als begrippen opslaan en niet als een verzameling letters, vereenvoudigingen aanbrengen, schematiseren, relaties leggen en ezelsbruggetjes verzinnen.
Om te zorgen dat informatie dus langer onthouden wordt kunnen er een paar punten genoemd worden:
Als leerling
zijnde heb je een reproductie gerichte leerstijl. We hebben het net gehad
over hoe het komt dat een leerling met deze leerstijl in de problemen kan
komen als iets heel lang onthouden moet worden. Er is ook behandeld wat
er aan gedaan kan worden om te zorgen dat informatie toch langer blijft
hangen. Kun je echter ook iets doen aan de leerstijl van de leerling? Zou
je de leerstijl kunnen veranderen?
Als je studiegedrag
wilt veranderen moet is het goed als je daar zo vroeg mogelijk mee begint.
Het liefst al in het basisonderwijs. Als een school daarmee begint moet
het zelf kijken in welke regime ze daarmee starten. Je kunt kiezen uit:
Docent gestuurd
onderwijs, gedeelde sturing en leerling gestuurd onderwijs. (zie artikel:
Waarom
geen cursus?) Studenten moeten leren leren, ze moeten de leerfuncties
zich eigen maken. Er moet ze geleerd worden hoe ze zich moeten voorbereiden,
hoe ze het leren kunnen reguleren en hoe ze de leerstof kunnen verwerken.
Het is van belang dat er vanaf het 1e jaar in toenemende mate
zelfstandig wordt gewerkt.
Gedragsverandering bij de leerlingen vraagt net als bij de docent scholing. Leerlingen moeten handvatten aangereikt krijgen waarmee zij hun eigen leerprocessen leren sturen. Ook sociale vaardigheden zoals de interactie met hun groepsleden zullen moeten worden aangeleerd. Hoewel de mens van naturen een sociaal wezen is en intrinsiek gemotiveerd tot interactie met zijn medemens, betekent dit nog niet dat leerlingen zijn uitgerust met voldoende vaardigheden voor sociaal gedrag. Temeer daar sommige leerlingen in het onderwijs een leeromgeving hebben ervaren waarin samenwerken en interactie veelal werd ontmoedigd.
Het is dus duidelijk
geworden dat een leerstijl zeker te veranderen is. Het is echter ook duidelijk
geworden dat dit niet van de een op de andere dag kan gebeuren. Er gaat
een proces aan vooraf waarin de leerling langzaam duidelijk wordt welke
leerstijl hij eerst heeft, welke hij uiteindelijk wilt hebben en wat daar
voor gedaan moet worden. De leerkracht is in dit proces heel belangrijk.
Het begeleidt de leerling in het proces.
Bronnen:
De
didactiek van leren en choachen; Sjef Leermakers
Van
leertheorie naar onderwijspraktijk; Tjipke van der Veen/Jos van der Wal