Poezen:


 

De geboorte

Als de poes in verwachting is, houdt de krolsheid op. De poes wordt dikker en na een tijdje worden de tepels rood. Aan het eind  van de zwangerschap wordt ze ook moederlijk. De poes gaat een stille, warme plek opzoeken. Bijvoorbeeld een lege doos of een hoekje achter een kast. Gemiddeld 65 dagen na de bevruchting gaat de poes bevallen. Elk jong komt apart in een vlies naar buiten. Het vlies breekt en de poes likt het jong. Zo maakt ze het jong schoon. Vooral rond de neusgaten mag geen slijm meer zitten. Anders kan de kitten geen ademhalen. Door het likken kan een jong gaan ademen.

Kattengedrag

Aan de houding van een kat kun je zien  of hij dominant is.Hij ziet er agressief uit en is uiteindelijk de baas.
Zijn oren staan wat naar opzij.Zijn ogen heeft hij vrij ver open.Zijn vacht,die van zijn staart,staat wijd uit.
Zo lijkt hij groter.Zijn bek staat klaar om te bijten als dat nodig is.
Deze kat gromt,sist en blaast om duidelijk te maken dat hij klaar is voor de aanval.

Een onderdanige kat maakt zich klein en zorgt dat er niets uitsteekt waarin kan worden  gebeten.Zijn oren,snorharen en staart liggen plat tegen zijn lichaam aangedrukt.Misschien maakt hij klagende geluidjes.

Aangeleerd gedrag

De nek van het diertje breekt en is meteen dood. Een kat gebruikt zijn kiezen alleen om vlees mee los te scheuren. Hij kan er niet mee kauwen. Vleesbrokken slikt hij zo door.
Het jaaggedrag van de katten is aangeleerd. Jonge katten zien bij hun moeder hoe ze een muis of mus vangen. Pas als ze het gezien hebben, kunnen ze het later zelf ook. Eerst is jagen een spel. Door veel oefenen en fouten maken leert de jonge kat de kunst. Wanneer een kat het jagen niet als kitten heeft geleerd,
zal hij later nooit muizen vangen. Zelfs niet als hij geen eten krijgt! Katten die voldoende te eten krijgen, gaan soms toch op jacht. Vervelend is dat ze hun prooi vaak niet snel dood maken. Ze laten het slachtoffer steeds even ontsnappen. Dat doen ze waarschijnlijk omdat ze het zo’n leuk spelletje vinden.

Van wild naar tam

Mischien  is de Afrikaanse kat de voorouder van onze tamme katten.
Ze komen in het wild voor in Zuid-Europa en in Noord-Afrika
Ook deze katten jagen s nachts ,net als de wilde boskatten                            .
Daarom lijken ze schuw.
Maar jonge Afrikaanse wilde katten kunnen worden getemd.
Daarom vermoeden wetenschappers dat deze kattensoort de
Voorouderis van onze huiskat.
Maar het zou ook de Aziatische woestijnkat kunnen zijn.
Ook hiervan zijn de jongen te temmen.

De eerste katten die door mensen werden gehouden,leken veel op deze wilde katten Er zijn botten van Afrikaanse wilde katten gevonden in grotten van holbewoners.Mischien hebben deze mensen op de katten en ze gegeten. Maar het  is ook mogelijk
Dat de katten ongedierte moesten vangen.Of voor wat gezelligheid
in de grot moesten zorgen.

Erfelijke eigenschappen

Bij het fokken van raskatten letten fokkers goed op ziektes die erfelijk zijn. Zo blijkt dat witte poezen vaak doof zijn. Vooral als ze ook blauwe ogen hebben. De eigenschappen van de kleur van de vacht en de ogen zijn verbonden aan een afwijking van het oor die doofheid veroorzaakt.

Kort of lang, gevlekt of gestreept

Een belangrijk verschil tussen alle raskatten is de vacht. De meeste katten hebben korte haren en zijn rood, zwart of wit.
Ze zijn al of niet gevlekt, of gestreept als een tijger. Dat heet 'tabby'. Het is een schutklleur. Door hun vacht vallen ze niet op bij
het jagen. Alleen bij poezen zijn soms verschillende kleuren als vlekken op de vacht verspreid. Zo'n lapjeskat heeft een schildpad-vacht.

Terug naar voorblad