In deze periode hebben we rond het thema
'actief leren'gewerkt. Ik heb de didactiek van actief leren in de stage
vooral incidenteel toegepast. Met gewone methodelessen vond ik het vrij
moeilijk om de didactiek toe te passen. Ik probeer wel zoveel mogelijk
uit de kinderen te laten komen. Ik vraag dus eerst bij de kinderen naar
oplossingsstrategieën en daarna leg ik uit hoe het ook zou kunnen
of ik ga door op de aangedragen oplossing.
Bij een natuurles heb ik de kinderen in
groepjes laten samenwerken. Ook hebben de kinderen eerst zelf geprobeerd
hun hand te tekenen door waarnemen en pas daarna een plaatje laten zien.
Aan het eind bij de evaluatie heb ik pas de achterliggende theorie gegeven.
Bij de ict-e opdracht hebben de kinderen
ook actief geleerd. De kinderen hebben in kleine groepjes een aantal vaardigheden
met betrekking tot internet geleerd en het maken van een webpage. Van hun
eigen onderwerp hebben de groepjes informatie opgezocht.
Op de Pabo hebben we ook zo veel mogelijk actief geleerd. De verschillende vakdocenten hebben geprobeerd om de verschillende vakdidactieken rondom actief leren aan ons over te brengen. Bij alle intensieve contacturen hebben we dan ook actief geleerd. Maar het echte geheim van actief leren heb ik niet echt ontdekt. Naarmate de periode begon te verstrijken vond ik het begrip 'actief leren' niet duidelijker en concreter worden, maar grootser en vager.
Actief leren heeft voor mij de volgende betekenis gekregen. Bij actief leren is het van het belang dat er iets concreets wordt geleerd. De nieuwe kennis kan worden gekoppeld aan het netwerk dat al aan aanwezig is, waardoor de nieuwe kennis wordt begrepen en kan worden toegepast. Het mooiste is dat er bij actief leren zelf iets ontdekt wordt, zodat de kennis extra goed onthouden wordt, maar dat hoeft niet perse. Er kan ook actief geleerd worden door een goede uitleg of een mooi verhaal. Het is wel belangrijk dat er iets gebeurt in de hersens, dat de nieuwe kennis dus echt wordt opgenomen. Om de ervoor te zorgen dat kennis wordt opgenomen en kan worden toegepast moet de kennis ook betekenisvol zijn en aansluiten bij de belevingswereld van het kind of wie dan ook actief leert. Wanneer het namelijk niet betekenisvol is, zal het kind zich ook weinig kunnen voorstellen bij de stof. Nu ik dit opschrijf komt bij mij de volgende stelling naar boven:
' Kan er ook actief geleerd worden met abstracte stof?'
Ik denk dat dat heel erg per persoon zal verschillen. Op de havo heb ik een aantal exacte vakken gehad zoals wiskunde B. Dit is een heel abstract vak, met weinig betekenisvolle voorbeelden. Toch kan hierbij actief geleerd worden. Maar dan moet je wel je iets kunnen voorstellen bij abstracte schema's en getallen. Wanneer je dat niet goed kunt, zal er ook niet actief geleerd worden, want dan zul je nooit de stof volledig begrijpen. Als je dus wilt als leerkracht dat de leerlingen actief leren is het verstandiger om te zorgen dat de stof concreet is, zodat de leerlingen zich iets kunnen voorstellen bij de stof. Zo bereik je de meeste leerlingen.
De afgelopen periode hebben we volgens de 'Probleemgestuurd onderwijs' gewerkt. Het werken in een groepje heb ik als erg waardevol beschouwd. Ik heb een hoop van de rest van de groep geleerd en ik hoop dat zij ook van mij wat geleerd hebben. Ook is er een zogenaamde groepscontrole. Er worden duidelijke afspraken gemaakt en iedereen binnen de groep heeft haar verantwoordelijkheden. Hierdoor leer je dat je verantwoordelijkheid tenopzichte van de rest van de groep, als niemand of een deel van de groep de afspraken niet na komt, kan de hele groep niet verder. Het werken met de casussen mag van mij nog iets verbetert worden. Ik vind het heel goed dat we zelf leervragen moesten samenstellen en die vervolgens ook zelf gaan uitdiepen. Maar het werken volgens het 7-stappen plan werkt na een aantal casussen niet zo motiverend meer. Er moet dan ook meer afwisseling in de opdrachten zitten.