| Je kunt deze tekst in één keer printen en lezen. Wil je alleen een stukje lezen of iets speciaals weten? Dan kun je ook klikken op één van deze hoofdstukken. Je springt er dan meteen naartoe. | |
| Alles
over varkens
Wilde zwijnen: hoe zien ze eruit? |
|
| Alles
over varkens
naar het begin |
Hieronder
vind je veel informatie over varkens. Het zit zo in elkaar:
Eerst kun je iets lezen over varkens vroeger en nu. Onze roze varkens zijn familie van de wilde zwijnen. Daarom vertellen we over wilde zwijnen: hoe zien ze eruit, wat eten ze, hoe zit hun familie in elkaar en hoe leven ze. Als je onze roze varkens weer vrij zou laten, dan zouden ze heel snel weer gaan leven zoals hun wilde familieleden dat doen. Je leest ook een heleboel over de bijzondere eigenschappen van varkens. Ze zijn heel slim en kunnen veel meer dan je zou denken. Daarna kom je van alles aan de weet over de bio-industrie en de mensen die daar tegen protesteren. En natuurlijk vertellen we ook welke oplossingen er zijn om varkens uit de bio-industrie een ander leven te geven. |
| Vroeger
en nu
naar het begin |
Varkens
die je niet ziet
In ons land zijn ongeveer 14 miljoen (14.000.000) varkens. Stel je eens voor dat je al die varkens achter elkaar zou zetten. Dan zou je een optocht krijgen van ongeveer 17.000 kilometer! Dat is van hier tot in Australië! Maar toch zíe je in ons land bijna geen varkens. Toen je opa en oma nog klein waren, zag je nog wel veel varkens. Boeren hadden vroeger meestal een stuk of tien varkens. Vaak liepen ze overdag in het weiland. ‘s Nachts sliepen ze in een hok met stro. (Kijk bij 'Plaatjes', plaatje 1) Tegenwoordig worden varkens gehouden in grote schuren. Daarom zie je ze bijna nooit meer. In zo’n schuur kunnen wel 500 tot 1000 beesten zitten. In zes maanden tijd worden ze vetgemest. Daarna worden ze gedood en komen ze bij de slager terecht. Als je ham eet, een karbonaadje, gehakt, een speklapje of een hamburger, dan eet je varkensvlees. |
| Wilde
zwijnen: hoe zien ze eruit?
naar het begin |
Een
dikke vacht en een speklaag
Onze roze varkens zijn familie van het wilde zwijn. In heel veel dingen lijken ze daar ook op. Daarom is het de moeite waard om eerst eens te bekijken hoe varkens in het wild leven. Als je naar De Hoge Veluwe gaat (een groot natuurpark in Gelderland), kun je wilde zwijnen zien. Er is wel één groot verschil tussen ons varken en het wilde zwijn. Wilde zwijnen hebben een dikke vacht van lange zwartbruine borstelharen. Ons varken is roze en heeft heel korte haren. (Kijk bij 'Plaatjes', plaatje 2) Het wilde zwijn heeft die dikke vacht nodig voor de winter. Als het koud is, heeft hij een lekkere warme jas aan. Onder de jas van het wilde zwijn zit ook nog een dikke laag spek, dus hij zal het niet gauw koud krijgen. Ons varken heeft trouwens ook zo’n dikke speklaag. Varkenskop en slagtanden
|
| Voedsel
naar het begin |
Wroeten
met hun wroetschijf
Wilde zwijnen eten bijna alles. Ze graven en wroeten met hun slagtanden en hun wroetschijf in de grond. Op zoek naar wortels, knollen, wormen, muizen, beukennootjes, eikels en insecten. Het zijn ook goede opruimers, want ze eten ook dode dieren. |
| Gezinsleven
naar het begin |
De
familie Zwijn
Vaak leven wilde zwijnen met hele families bij elkaar. Zo’n familie wordt ‘rotte’ genoemd. Met de rotte trekken ze door het bos, op zoek naar eten. De familie bestaat uit: * de zeugen (de vrouwtjes) * de evers (de mannetjes die ook wel ‘beer’ of ‘keiler’ worden genoemd) * de frislingen (de jongen) De evers (mannen) blijven niet altijd bij de familie. Het grootste deel van het jaar zwerven ze in hun eentje door het bos. Maar in november zoeken ze de familie op. Ze hebben dan zin om te vrijen met de zeugen. Maar meestal zijn er meer evers die dat willen. De mannetjes vechten dan met elkaar om te kijken wie de sterkste is. Ze gaan elkaar te lijf met hun slagtanden. De sterkste jaagt uiteindelijk de andere weg en mag bij de vrouwtjes komen. Hij heeft het daarna erg druk, want hij vrijt met heel veel vrouwtjes. Die raken in verwachting en de ever vertrekt weer. |
| Jonkies
naar het begin |
Melk
drinken bij de buurvrouw
In het voorjaar (dus na een maand of vier) worden de jongen geboren. De moeder graaft eerst een grote kuil, waar ze allemaal bladeren en takken naartoe sleept. Zo maakt ze een mooi nest, dat ketel genoemd wordt. Daarin worden de frislingen geboren. De zeug krijgt meestal vier tot zeven jongen. De frislingen beginnen meteen melk te drinken bij hun moeder. Die heeft op haar buik tien tepels, dus er is genoeg voor iedereen. Frislingen zien er heel grappig uit. Ze hebben een soort bruine pyjama aan met lichte en donkere strepen. (Kijk bij 'Plaatjes', plaatje 3) Het is vaak een gezellige boel, daar in het bos. De ketels liggen vlak bij elkaar in de buurt. Soms gaat een frisling even drinken bij de buurvrouw. Als moeder een ommetje wil maken, dekt ze haar jongen toe met gras en bladeren. Zo krijgen ze het niet koud. Moeder leert de frislingen dat ze niet in het nest mogen poepen. Dan moeten ze even het nest uit en het op een speciaal plekje doen. Op de zwijnen-wc. Moeder poetst ze ook iedere dag goed schoon. Maar al gauw leren de frislingen om zichzelf schoon te maken. Na een weekje mogen de kleintjes met moeder mee op stap. |
| Schoonmaken
naar het begin |
Wassen
in de modder
Wilde zwijnen en varkens rollen graag door de modder. Dat noemen we zoelen. Dat doen ze niet alleen voor de lol. Door hun korte nek kunnen ze grote stukken van hun vacht niet zelf schoonmaken. Toch zitten daar vaak allerlei beestjes in, zoals luizen en vlooien. Vaak helpen de zwijnen elkaar met het schoonpoetsen van hun vacht. Maar ze hebben ook nog een ander slim trucje. Ze gaan in de modder liggen en laten die opdrogen. De insecten drogen dan mee op en gaan dood. Daarna schuren de zwijnen met hun vacht langs een boom en wrijven de modder er weer af. |
| Aanpassen
naar het begin |
Vrije
varkens
Als je onze roze varkens de kans zou geven om weer in de vrije natuur te leven, dan zouden ze zich snel aanpassen. Ze zouden weer gaan leven zoals hun familie dat in het wild doet. Zij zouden ook een nest (ketel) maken, hun jongen van alles leren, elkaar schoonpoetsen, in de modder rollen, langs bomen schuren en met hun neus in de grond wroeten. De hele dag zouden ze druk bezig zijn. |
| Bijzondere
eigenschappen
naar het begin |
Superslim
Varkens zijn slimme dieren. Je kunt ze heel veel leren. Daarin lijken ze veel op honden. Duizenden jaren geleden werden varkens al als huisdier gehouden. Vroeger traden varkens vaak op in het circus. Maar de temmer moest altijd met één ding rekening houden: als je een varken straf geeft, doet hij niks en wordt boos. Maar als je hem beloont met een lekker hapje, wil hij wel luisteren. En zijn varkens aan je gewend, dan komen ze vanzelf naar je toe. Ze vinden het heerlijk als je ze achter hun oren krabbelt. Varkens hebben een goed geheugen. Ze kunnen dus dingen goed onthouden. Hebben ze eenmaal iets geleerd, dan vergeten ze het niet meer. Als de boer vroeger zijn varkens uit de wei wilde halen, hoefde hij maar te fluiten en ze kwamen al. Zwemmen als de beste
Horen, ruiken en 'praten'
|
| Bio-industrie:
wat betekent dat?
naar het begin |
Een
fabriek vol varkens
De meeste mensen eten graag varkensvlees. Daarvoor zijn heel veel varkens nodig. Varkens (en ook kippen) worden daarom gefokt in de bio-industrie. Industrie betekent dat je heel veel van hetzelfde kunt maken. Bijvoorbeeld duizend lampen op een dag of honderd computers of veertig auto’s. Lampen of auto’s zijn dode dingen. Maar varkens zijn levende wezens. Daarom noemen de mensen het fokken van varkens: bio-industrie. Bio betekent leven. Bio-industrie betekent dus: ‘industrie van levende wezens’. |
| Tegen
de bio-industrie
naar het begin |
Geen
echt varkensleven
Er zijn mensen die het helemaal niet eens zijn met de manier waarop tegenwoordig varkens worden gefokt. De mensen die tégen de bio-industrie zijn, vinden dat het leven van de varkens helemaal niet meer lijkt op het échte varkensleven. Als ze in de vrije natuur zouden leven, zouden ze de hele dag bezig zijn met voedsel zoeken, elkaar poetsen, zoelen, een nest maken en hun jongen opvoeden. In een stal vervelen de dieren zich de hele dag te pletter. Hun eten hebben ze in een kwartiertje op en dan valt er verder niets meer te beleven. Daarom gaan ze in elkaars oren en staarten bijten. Om dat tegen te gaan, knipt de boer de hoektanden en de staarten af. Vaak is er ook ruzie in de stal. Net als in het bos vechten de mannetjes met elkaar om te zien wie de baas is. |
| Hokken
naar het begin |
Poepen
in het hok
Meestal zitten er veel varkens in een hok en is er weinig ruimte om te lopen. (Kijk bij 'Plaatjes', plaatje 4) De vloeren zijn van steen of beton met een rooster erin. Daar valt de poep doorheen en die komt terecht in een grote bak onder het rooster. Varkens staan dus boven hun eigen uitwerpselen. Dat zouden ze in het bos nooit doen. Daar leren de kleintjes juist dat je ergens anders je behoefte moet doen. |
| Zenuwachtig
naar het begin |
Per
ongeluk op een biggetje liggen
Door dit leven worden varkens nogal gauw zenuwachtig. Als ze een vreemd geluid horen of je stapt zomaar een stal binnen, raken ze in paniek. Ze rennen rond, klauteren over elkaar heen en schreeuwen en krijsen. Als de moeders biggetjes krijgen, gaan ze er vaak per ongeluk bovenop liggen. De boer zet de moeder (de zeug) dan ook in een groot ijzeren rek. Daarin kan ze alleen maar staan of liggen. De zeug kan niet voor- of achteruit. Dat is heel wat anders dan een nest (ketel) in het bos. (Kijk bij 'Plaatjes', plaatje 5) Varkens zijn dus nogal vaak ‘gestresst’. Vooral als ze na een half jaar in een veewagen worden gestopt om naar het slachthuis te gaan. Varkens zijn slim en ze voelen dat ze doodgemaakt worden. |
| Eten
uit de computer
naar het begin |
De
boer te slim af
Varkens in de bio-industrie zijn soms slimmer dan de boer. Zo was er een boer die elk varken een halsband omgaf. In die band zat een zendertje dat in verbinding stond met de computer. Als een varken bij de etensbak kwam, wist de computer precies hoeveel eten dat varken mocht. Het ene varken kreeg zo wat meer dan het andere. Automatisch viel de juiste hoeveelheid voer in de bak. Maar de varkens hadden dat snel door. Ze pikten elkaars halsband en gingen nog een keer eten halen. Dat wist de computer natuurlijk niet. Die kreeg een seintje om weer voer in de bak te doen. Zo konden de varkens hun buik rond eten. |
| Varkenspest
naar het begin |
Schuren
vol zieke varkens
Doordat varkens met zoveel dieren bij elkaar zitten, kunnen er gemakkelijk ziektes uitbreken. Als een varken ziek wordt, steekt hij de andere aan. Eén van die ziektes is de varkenspest. Tegen die ziekte hebben ze nog geen goed medicijn gevonden. Een paar jaar geleden zijn heel veel varkens afgemaakt omdat ze varkenspest hadden. |
| Mest-overschot
naar het begin |
Te
veel poep en pies
Een groot probleem voor de boeren is de poep en pies (mest) van de varkens. Toen de boeren vroeger niet zoveel varkens hadden, konden ze het over het land uitstrooien. Dat was zelfs erg goed. Allerlei producten zoals graan, bieten of maïs gingen daardoor beter groeien. Maar je kunt ook té veel mest over het land gooien en dan is het helemaal niet goed meer om er iets op te laten groeien. Doordat boeren nu zo veel varkens hebben, kunnen ze al die mest niet meer kwijt. Ze houden mest over. Dat noemen we ‘mest-overschot’. Soms wordt het in grote wagens naar een ander deel van Nederland gebracht, waar ze te weinig mest hebben. Maar dat is niet genoeg om alle mest kwijt te raken. De regering probeert allerlei oplossingen te bedenken. Er wordt veel samengewerkt met andere landen in Europa. De landen hebben met elkaar afgesproken dat ze zullen zorgen dat het mest-overschot verdwijnt. Dat is vooral in ons land met veertien miljoen varkens erg moeilijk. Echte oplossingen zijn nog niet gevonden. Maar de minister van Landbouw doet heel erg zijn best om iets te bedenken. |
| Kan
het anders?
naar het begin |
Meer
betalen voor een beter leven
De tegenstanders van de bio-industrie geven niet alleen de boeren de schuld. Dat zou ook niet eerlijk zijn. Mensen willen graag vlees eten, maar dat mag niet te duur zijn. Voor één varken krijgt de boer maar weinig geld. Daarom moet de boer veel varkens fokken in korte tijd. Anders verdient hij niet genoeg voor zichzelf en zijn gezin. De oplossing zou zijn dat de mensen méér voor het vlees zouden willen betalen. Dan hoeft de boer minder varkens te fokken en krijgen ze een beter leven. Er worden ook heel veel varkens aan andere landen verkocht. Dat heet export. Van de 14.000.000 (veertien miljoen) varkens in ons land gaan er bijna 10.000.000 (tien miljoen) naar het buitenland. Dat zou best veel minder kunnen, maar dan verdienen de boeren natuurlijk ook veel minder. De regering van ons land zou de boeren moeten helpen om op een ándere manier hun geld te verdienen. |
| Scharrelvlees
naar het begin |
Lekker
het weiland in
Er zijn gelukkig ook boeren die het anders proberen te doen. Hun varkens krijgen stro in hun hokken en ze kunnen naar buiten, het weiland in. Ze staan ook niet meer met té veel varkens in een hok. Het lijkt dus weer een béétje op het leven in de vrije natuur. We noemen deze dieren scharrelvarkens. Bij sommige slagers is het vlees van scharrelvarkens te koop. Dat noemen we scharrelvlees of biologisch vlees. Op de deur staan dan de letters PVE/IKB of EKO. Je weet dan in elk geval dat die varkens een ander leven hebben gehad dan de dieren uit de bio-industrie. Als jij ook tegen de bio-industrie bent, kun je aan je ouders vragen bij die slager vlees te kopen. Het is wel wat duurder dan bij de gewone slager. Daarom willen je ouders dat misschien niet. Je zou dan (als je ook tegen bio-industrie bent) iets kunnen afspreken met jezelf: als je later groot bent, koop jij wél vlees bij zo’n slager. |
| Geen
of minder vlees
naar het begin |
Gezond
eten zonder vlees?
Je zou ook géén vlees of minder vlees kunnen eten. Minder vlees kan gemakkelijk, want een mens heeft niet iedere dag vlees nodig om gezond te kunnen leven. Géén vlees is wat moeilijker. In vlees zitten bepaalde stoffen die je lichaam nodig heeft. Maar het zou wel kunnen, want die stoffen kun je ook uit andere dingen halen (bijvoorbeeld: melk, kaas, granen of bonen). Iemand zou je dan wel moeten helpen. Je zou moeten leren om geen vlees te eten en toch gezond te blijven. Tenslotte
|