Vogels

Een algemeen stukje over vogels.

 

De meeste vogels kunnen vliegen, en dat kost veel energie. Om die te kunnen leveren, moeten de spieren bij een hoge temperatuur werken, een lichaamstemperatuur van 40 °C of meer is bij vogels dan ook heel gewoon. Eigenlijk vliegen vogels met hun voorpoten, die voor het vliegen zijn voorzien van speciale, stevige veren en krachtige vliegspieren. Met uitzondering van de achterpoten is het gehele vogellichaam met veren bedekt. De veren dienen om het lichaam te beschermen tegen afkoeling. Het verenpak is blootgesteld aan weer en wind en derhalve aan slijtage onderhevig. Het moet dus geregeld worden vernieuwd: de vogel gaat in de rui.

Om aan de kost te komen gebruiken vogels heel vaak hun snavel als werktuig. Vandaar ook de grote verscheidenheid in de vorm van de snavels, die afhankelijk is van het soort voedsel dat ze gewoon zijn te eten. Een vogel zingt niet alleen zoals hij gebekt is, hij eet ook zoals hij gebekt is. Vogels hebben geen tanden. Bij veel vogels zitten in de sterk gespierde maag steentjes die als een soort molenstenen het voedsel verder klein maken.

Omdat vogels kunnen vliegen, leven ze betrekkelijk veilig, als we tenminste de mens buiten beschouwing laten; op een jachtgeweer heeft de natuur niet gerekend. Door die veiligheid hebben ze zich luidruchtiger en kleuriger kunnen ontwikkelen dan dieren die aan de grond gebonden zijn.

 

De belangrijkste veertypen zijn:

 

  1. Contourveren; Daartoe behoren de vleugel, staart en lichaamsveren van de vogels.
  2. Dons- en halfdonsveren;Deze veren bevatten een luchtige structuur. Zij houden de vogels warm. En van deze veren maken wij gebruik in donskussens.
  3. Poederveren;De poederveren produceren fijne poeder, met dit poeder brengen enkele vogels b.v reigers hun veren in vorm.

 

Lichaamsbouw:

 

Vogels zijn eierleggende ,warmbloedige dieren.

Hun botten zijn heel licht; ze bevatten geen merg maar ze beschikken wel luchtzakken.

Het hart van vogels is heel groot. De snelle stofwisseling en daardoor hoge lichaamstemperatuur wijzen op een hoge hartslag.

De lichaamsbouw is mooi gevormd. De vogels hebben allemaal vetklieren.

 

Voortplanting:

Vogels hebben verschillende paringsrituelen, dat kan zijn zingen en dansen, het lokken van het wijfje door bonte voorwerpen, stenen of iets degelijks.

Bij de ontwikkeling van de jongen zijn er twee soorten die je kan onderscheiden en dat zijn nestvlieders en nesthokkers. Nestvlieders zijn jongen die snel nadat ze uit het ei gekropen zijn het nest verlaten. Nesthokkers zijn jongen die nog lange tijd nadat ze uit hun ei gekropen zijn door de ouders gevoerd moeten worden.

 

Op deze pagina voor vogels werken we de de onderstaande vogels uit:

-         Pinguļn

-         Kievit

-         Fuut

-         Vink

 

 

 

                        

 

 

 

 

          

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

gekleurde veren

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

      

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De pinguļn

 

 

Een pinguļn is een watervogel. De pinguļns leven niet alleen op het Zuidpoolgebied maar ook rond de wateren in en rond Nieuw-Zeeland en in de Indische oceaan.

 

De grootte van de pinguļns verschilt weer per soort. Er zijn verschillende soorten pinguļns zoals de kleine Galapagospignuins, de dwergpinguļns, de keizerpinguļn en de Humboldtpignuin.

De belangrijkste factor bij de groei van de pinguļns is het warmteverlies via de huidoppervlak. Hoe groter de pinguļn, hoe kleiner het warmteverlies.

Moeilijk is voor pinguļns de tijd van de rui. Bij hen vallen er hele bundels veren uit. Hierdoor komen er verschillende naakte plekken op de huid van de pinguļn. Daardoor kunnen de pinguļns niet het water in om eten te zoeken. Dus de pinguļns vasten in de ruitijd. 

  

Pinguļns nestelen vaak gewoon op de grond. Het nest bestaat meestal uit kiezelstenen, gras, stokjes en botten. Alles wat bruikbaar is wordt gebruikt. Ze nestelen zich vaak in groepen ook wel koloniėn genoemd. De pinguļns leggen meestal zo’n drie eieren. Het vrouwtje en het mannetje broeden afwisselend van elkaar.

 

Pinguļns kunnen heel oud worden en wanneer ze eenmaal een partner hebben gevonden blijven ze hun hele leven bij elkaar. 

 

 

 

 

 

 

De kievit

 

De kievit broed het liefst op het gras, maar ook in het duingebied en op vochtige plaatsen.

Het nest is een uitgehold kuiltje. De eieren hebben de kleur olijfgroen of geelbruinachtig , gevlekt en getippeld. Ze worden ongeveer vier weken door het wijfje gebroed.

Er bestaat weinig verschil in uiterlijk tussen het mannetje en het vrouwtje.

Kenmerkend is de contact- en alarmroep, waarnaar de vogel is genoemd (kie-viet of kierewiet)

Tijdens het vliegen maken de vleugels een ruisend of ritselend geluid.

 

De kievit eet insecten, slakken of regenwormen. Wanneer ze op trektocht zijn langs de kust leven ze van kleine kreeftachtige en schelpdieren.

 

 

 

 

De Kievit.

 

 

 

 

 

 

 

De Fuut

 

De Fuut broed het liefst bij plassen en meren met veel planten en veel voedsel.

De Fuut legt ongeveer 3-6 langwerpige eieren, die eerst wit van kleur zijn en later verkleuren naar bruin. Het vrouwtje en het mannetje broeden om de beurten.

 Buiten de broedperiode is de Fuut een zwemvogel in en bij grote wateren.

Er is tussen het mannetje en het vrouwtje weinig verschil.

De Futen maken een knorrend geluid (kwor kok-kok-kok kners). Buiten de broedtijd is de Fuut zwijgzaam.

 

De Fuut eet diverse waterdieren waarvan een klein gedeelte vis.

 

 

 

                

 

 

 

 

De Vink

 

De vink komt in heel Europa en West – Aziė voor.

De vink is een trekvogel, maar hij reist niet erg ver. De meeste vinken overwinteren in de Middellandse zee gebied.

 

Het mannetje heeft een blauw grijze kop, een roodachtige borst, een kastanjeachtige rug, donkerbruine vleugels met een grote witte vlek.

Het vrouwtje is groenachtig bruin en heeft ook witte vlekken op vleugels.

 

De vink broed het liefst in bossen, parken en tuinen. Het nest is komvormig en goed dicht gevlochten en bedekt met mos en haren. De vrouwtjes bouwen het nest.

De vink legt meestal drie of vier eieren en ze zijn blauw tot bruingrijs en hebben lilabruine vlekken.

 

In de zomer eet de vink vaak rupsen en insecten en in de winter eet de vink verschillende soorten zaden.

 

 

 

                    Vink mannetje

 

 

 

         Vink vrouwtje

 

 

 

 

 

 

Vogelzoeker:    

 

r

k

l

z

e

e

a

r

e

n

d

t

r

o

o

a

t

j

k

l

v

e

r

u

u

u

h

y

o

r

e

w

r

l

f

g

i

u

i

r

w

e

f

a

r

l

a

r

i

f

o

l

d

v

d

e

v

f

u

a

h

o

p

p

e

h

b

t

y

a

o

j

m

e

e

u

w

n

k

e

r

y

b

m

g

s

b

f

e

t

j

s

l

f

e

k

e

t

e

n

m

u

u

o

u

a

r

f

t

g

u

g

l

m

i

n

n

m

s

r

f

u

b

f

a

f

g

l

u

g

r

e

t

u

y

e

w

a

h

f

u

i

l

q

k

u

i

k

e

n

i

v

a

a

f

h

e

e

j

s

i

w

e

a

d

k

y

t

d

i

q

r

g

p

d

t

e

i

k

r

a

p

 

roofvogel                                                      uil

vlaamsegaai                                                kuiken

parkiet                                                           kip

mus                                                                duif

zeearend                                                      meeuw

valk                                                                uilenjong

 

 

 

 

 

 

Anderen soorten vogels:

 

                 

 

                        Specht                                                     bosuil

 

                                   

                     

               Grote Blauwe reiger                                                   Duif

                                                                                                                                      Terug naar homepage

                                                                                                                                            

 

Deze website is gemaakt door: Steven, Saagar, Kelly, Samantha, Mandy en Charley