|
Alle kinderen mogen de beer of knuffel die 's avonds mee naar bed gaat,
meebrengen naar school.
Nemen ze geen knuffel mee naar bed dan vinden ze vast wel een beest zo
lief dat die mee naar school mag. De kinderen vertellen in de kring om
de beurt, wat hun knuffel allemaal mag en wat ze ermee doen.

|
|
Je bent eigenlijk heel benieuwd of de knuffel een vast plaatsje in bed
heeft (op het kussen,
onder het dekbed). Tijdens de werkles vraag je de kleuters een tekening
te maken van hun bed met
alle knuffels en/of poppen die daar altijd op liggen. De knuffels en poppen
moeten ze zo duidelijk
mogelijk tekenen, want straks worden de tekeningen in de kring voor een
spel gebruikt! Als je weer in
de kring zit, leggen alle kinderen hun tekening voor zich neer en vertellen
ze om de beurt wat ze
hebben getekend. Dan leg je de kaartjes met de cijfers 1 tot en met 6
op de grond. Je vraagt wie er
een knuffel getekend heeft. Die tekening(en) komt bij de 1 te liggen.
Hetzelfde doe je met de
tekeningen die horen bij de 2 en volgende cijfers. (Je houdt de cijfers
7 tot en met 10 achter de hand
voor het geval dat er tekeningen zijn met meer dan zes knuffels). Als
de tekeningen gesorteerd zijn,
zien de kinderen het verschil in lengte tussen de verschillende rijen.
Naar aanleiding hiervan kan zich
een gesprekje ontwikkelen.
Ook kun je de tekeningen in de diverse rijen met elkaar vergelijken en
vragen stellen als:
- Jan heeft vier knuffels getekend en Niels twee. Wie heeft er nu meer?
- Hoeveel meer?
- Wie heeft er evenveel als Niels getekend? In welke rij moeten we dan
kijken?
- En Maarten heeft drie knuffels. Is dat meer of minder dan Jan er getekend
heeft?
- Wie heeft de meeste knuffels getekend?
- Twee rijen zijn even lang! Wat betekent dat?
|