Vier op een rij
Categorie:
geletterdheid
 
Korte beschrijving:
Een kwartet spel dat de kinderen spelend met zinsdelen en zinnen inzicht doet krijgen in de elementaire zinsstructuur.

De leerlingen krijgen de opdracht een woord te noteren en daarmee een zin te maken.
De zinnen worden voorgelezen; een paar enkelvoudige worden er uitgekozen en op het bord geschreven.
De leerkracht licht de structuur van de bordzinnen toe met een kleurkrijt: rood voor de persoonsvorm; groen voor het onderwerp; geel voor de voorwerpstukken en blauw voor de bijwoordelijke bepalingen.
De leerkracht schrijft acht zinsdelen die samen twee zinnen vormen, op het bord, kleur bij kleur, de leerlingen maken er twee zinnen van, die ze opschrijven. 
Een voorbeeld:
In rood: eet, kappen
In groen: jij, de mensen
In geel: dat stuk taart, veel bomen
In blauw: met grote happen, 's winters.
Hiermee zijn de volgende zinnen te fabriceren:

  • Jij eet dat stuk taart met grote happen.
  • De mensen kappen 's winters veel bomen.

Spelregels voor het zinnenkwartet:

  • Een kwartet moet bestaan uit vier kaartjes.
  • Een kwartet moet een normale Nederlandse zin zijn.
  • De kaartjes worden bij de aanvang van het spel opgedeeld.
  • Vastgesteld wordt wie mag beginnen.
  • Men vraagt telkens een kleur aan een groepslid, men hoeft zelf geen kaartje van die kleur te hebben.
  • Men mag doorvragen tot men een kwartet heeft of tot men een kleur vraagt, die de ander niet heeft. In beide gevallen gaat de beurt over naar de laatste aan wie men gevraagd heeft.
  • Het is mogelijk dat het spel niet uit komt, omdat er dubbele mogelijkheden in zitten: onderwerpen zijn verwisselbaar.
  • In eerste instantie werkt men niet met koppelwerkwoorden of hulpwerkwoorden, evenmin met voorzetselvoorwerpen en dubbelverbonden bepalingen.
  • Bij in ontleden gevorderde leerlingen kan men deze beperkingen opheffen; de uitgebreide zinsdelen blijven natuurlijk steeds één zinsdeel, ook al staat niet alle woorden ervan in de gewonen zin bij elkaar. 

Een voorbeeld:
Op kaartjes:
waren bang
de jongens
's avonds
in het donker
De zin luidt: Waren de jongens 's avonds in het donker bang?

 

Welke groep:
  • groep 4
  • groep 5
  • groep 6
  • groep 7
  • groep 8
Organisatie:
Bij de selectie van de gemaakte zinnen laat de leerkracht zich leiden door de volgende overwegingen. Het moeten enkelvoudige zinnen zijn; er mogen geen koppelwerkwoorden in voorkomen, evenmin werkwoordelijke aanvullingen; liefst bestaande uit vier of vijf zinsdelen.
Het is handig om de gekleurde zinsdelen op een transparant te zetten.

De leerlingen krijgen per groep een zinnenkwartet en spelen het kwartetspel volgens speciale regels.
De kwartetten, die uit zinnen bestaan, worden in de groep voorgelezen. Alle leerlingen schrijven er twee zinnen van over met hoofdletters en leestekens, en onderstrepen de zinsdelen met de bijpassende kleuren.
 

Bronnen:
  • Talen naar Spel.
  • Een voorbeeldblad:

  • 2.
    ik
    1.
    gaf
    3.
    mijn broertje
    3.
    een appel
    1. 
    draag
    2. 
    ik
    4.
    's zondags
    3.
    een blauwe bloes
    1. 
    rijd
    2.
    jij
    4.
    misschien
    3.
    elfstedentocht
    2.
    jij
    1. 
    ging
    4. 
    met de fiets
    4.
    naar school
    2.
    zij
    1.
    loopt
    4.
    met haar zusje
    4.
    door het park
    1. 
    kocht
    2.
    vader
    3. 
    voor moeder
    3.
    een bos bloemen
    2.
    mijn klasgenoten
    1.
    verzorgen
    4.
    in de winter
    3.
    de voedertafel
    1.
    handballen
    2.
    de meisjes
    4.
    vaak
    4.
    tegen de jongens
    2.
    wij
    1.
    wensen
    3.
    jullie
    3.
    veel succes
    4.
    deze week
    1.
    gaan
    2.
    wij
    4. 
    naar de Efteling
    2.
    jullie
    1. 
    willen
    4.
    altijd
    3.
    goed weer
    4.
    na school
    1.
    wandelen
    2.
    jullie
    4.
    met de hond
Auteur:
Esther Schmidt