Nieuwe woorden maken
Categorie:
geletterdheid
  
Korte beschrijving:
De leerkracht geeft een lang woord van ongeveer 8 letters of meer. De kinderen schrijven dit woord op een strook en knippen de letters in stukjes. Kinderen in de bovenbouw kunnen ook op een kladblaadje werken. Van deze letters maken ze een nieuw, niet bestaand woord (wel uitspreekbaar). Als alle kinderen een woord hebben maken ze een zin waaruit de betekenis van het woord blijkt. Dit kunnen dus hele gekke zinnen zijn.

Eventueel kan er met de woorden een verhaaltje gemaakt worden.

Voorbeeld:
De leerkracht geeft het woord appelflap
De leerlingen maken woorden als: flel, flep, papel, papep, elafla, enz
Vervolgens maken de leerlingen een zin met een van hun woorden waaruit de betekenis van het zelfverzonnen woord blijkt:
Mieke gooit een flel naar Robin, waardoor Robin van zijn stoel omvalt.
Flep is een nieuw broodbeleg dat smaakt naar caramel en zit in een pak.
Papa, het roken van een pafel is heel slecht voor je!

Een ander voorbeeld: pennendoosje
De kinderen zouden daar woorden van kunnen maken als: needoosje, noes, peenje, nosje, josen, enz
De kinderen kunnen hier heel verschillende zinnen van maken zoals:
Als je boos bent, moet je iets in het needoosje stoppen.
Een noes is een hele gezonde vrucht, dat net is ontdekt op een onbewoond eiland.
enz.

Het leuke is dat kinderen zich zelfs met een zin nog een heel eigen beeld kunnen vormen bij een woord. Er kan gekozen worden om klassikaal een paar woorden te kiezen. De betekenis wordt gebruikt zoals dat uit de zin is gebleken. Ze gebruiken dus het woord, zoals zij het opgevat hebben.  

Welke groep:
  • groep 4
  • groep 5
  • groep 6
  • groep 7
  • groep 8
Organisatie:
Dit is een klassikaal spelletje. De leerkracht geeft een lang woord. De kinderen maken zelfstandig een nieuw woord en een zin. Er worden enkele beurten gegeven bij de bespreking. Kinderen kunnen dit ook in kleine groepjes zelfstandig spelen, als zij het spelletje al eens klassikaal gespeeld hebben.
  
Bronnen:
Dit spel is een variant op het spel 'woordschepsels' blz 73 uit het boek 'Talen naar spel'.
  
Auteur:
Marloes Noorlander