Een van de kinderen schrijft met balpen de letters, a, e, i, o en u op
de vingertoppen. De volgorde komt er niet op aan. De hand wordt nu aan een
groepje voorgehouden, zo dat de letters niet zichtbaar zijn. Een van de
kinderen van het groepje wijst een vinger aan. De letter op die vinger wordt
getoond. De letter wordt op het bord geschreven. Iedere keer moet er een
letter aan worden toegevoegd. De nieuw gevormde woorden moeten steeds goede
Nederlandse woorden zijn. bij het maken van een nieuw woord mogen de letters
wel door elkaar gezet worden, maar steeds moeten alle voorgaande letters
plus van nieuwe letter gebruikt worden, maar steeds moeten alle voorgaande
letters plus een nieuwe letter gebruikt worden. Het gaat erom, welk groepje
het verste kan komen. De volgende woordpiramiden kunnen ontstaan:
o
zo
zon
zoen
zonen
zoenen
zoenden |
a
ar
kar
kras
strak
kraste
krasten
steenkar |
o
os
los
pols
sloop
sloopt
sloopte
poolster |
u
uk
ruk
kurk
kruik
|
|