|
Bestaan er ook
protocollen voor rouwverwerking?
Hoe te handelen bij
het overlijden van een leerling, een personeelslid of een familielid
van een leerling ten gevolge van een ongeluk of ziekte? Hieronder
wordt een checklist weergegeven die handreikingen biedt hoe je kunt
handelen als je als school met één van bovengenoemde gevallen te
maken krijgt.
Inhoudsopgave
I Het overlijden
van een leerling
A. Het bericht komt
binnen
B. Het verstrekken
van de informatie
C. Informeren van
de klasgenootjes
D. De
rouwadvertentie
E. Bezoek aan de
ouders
F. Contacten met de
ouders van de overige leerlingen
G. Voor de
begrafenis
H. Na de begrafenis
I. Nazorg
J. Bij ernstige
ziekte
II Het overlijden
van een personeelslid
III Het overlijden
van een ouder, broer of zus van een leerling
A. Het bericht komt
binnen
Bericht van een
ongeluk of overlijden van een leerling
0 Toezeggen dat
er iemand zal terugbellen. Vragen op welk nummer men bereikbaar is
en op welk tijdstip. Dus niet gelijk doorverbinden met een
directielid, tenzij de beller daar zelf om vraagt. Het directielid
kan zich zo even voorbereiden.
0 Er wordt naar de
toedracht gevraagd.
0 De ontvanger van
het bericht waarschuwt zo snel mogelijk de directie.
0 De directie
verifieert het bericht wanneer het niet afkomstig is van
familie, arts of politie.
0 Breng zonodig de
hulpverlening op gang. (arts-politie e.d.)
0 Contact zoeken
met de nabestaanden
B. Het verstrekken
van de informatie
De directie
informeert:
- De collega's over het
ongeluk/overlijden.
- De broertjes en zusjes
- Hoe worden zij op de hoogte
worden gebracht en door wie? (school of ouders)
- Blijven de broertjes en zusjes
op school of willen ze naar huis?
- Gaan deze kinderen na
schooltijd naar huis of naar familie?
- Zo ja, naar wie? Welk adres en
welk telefoonnummer?
- De klas van de leerling.
- Het bestuur.
- M.R.
- O.R.
- Afwezige collega's.
- Ouders (een kort schriftelijk
bericht)
C. Informeren van
de klasgenootjes
Aandachtspunten
vooraf
De
groepsleerkrachten bereiden zich samen voor op het gesprek met hun
groep.
- Creëer een sfeer waarin het
mogelijk is om te zeggen dat je er moeite mee hebt. of misschien
wel: dat je het niet kunt. Bekijk in hoeverre je elkaar kunt
ondersteunen met tips.
- Vraag zonodig, een vertrouwde
collega om je te steunen of met je de klas in te gaan.
- Probeer de opvang zoveel
mogelijk in de klas te houden, maar zorg dat er een
ruimte is waar leerlingen naartoe kunnen die alleen maar willen
huilen of erg overstuur zijn.
- Wees erop voorbereid dat deze
jobstijding andere verlieservaringen kan reactiveren, zowel bij
leerlingen als bij leerkrachten.
- Zorg dat je werkvormen bij de
hand hebt die verwerking stimuleren.
- Tekenpapier-kleurpotloden-taalblaadjes
enz.
- Bereid je goed voor: wat ga je
zeggen en hoe, welke reacties kun je verwachten.
De mededeling
- Begin met een inleidende zin.
- Vertel het hoe, waar en wanneer
van de gebeurtenis.
- Breng het bericht over zonder
eromheen te draaien.
- Geef in eerste instantie de hoogst
noodzakelijke informatie.
- Neem voldoende tijd voor emoties.
Vervolgens
- Praat met de kinderen over het
gebeurde.
- Praat met de kinderen over het
slachtoffer, overledene.
- Er is ruimte voor verdriet, niets
is gek.
- Geef aan de kinderen in de klas de
eerste tijd keuzeopdrachten (b.v. wel of niet rekenen, enz).
- In ons dagelijks gebed mag/moet
het gebeurde zeker z'n plaats hebben.
In geval van een
ongeluk:
- Had iemand nog ruzie met het
slachtoffer, wel een werkvorm bedenken.
- Vergeven (goed maken) is dus
heel belangrijk.
D. De
rouwadvertentie
0 Namens wie?
(personeel, MR, O.R., bestuur, leerlingen).
0 Kiezen we voor
een of meerdere advertenties?
0 Voor welke
krant(en) kiezen we?
0 Zorg bij meer
advertenties, dat ze bij elkaar in dezelfde editie (dag) komen.
0 Controleer de
juiste spelling van de (voor-)namen.
(Tip: 'De laatste
tekst', Karin Pullen [handreiking bij het opstellen van
rouwadvertenties]
E. Bezoek aan de
ouders
Het eerste bezoek
- Neem dezelfde dag contact op.
- Vraag telefonisch of bezoek
gelegen komt.
- Maak voor dezelfde dag een
afspraak voor een huisbezoek.
- Ga bij voorkeur samen met iemand
van de schoolleiding.
- Houd er rekening mee dat het
eerste bezoek meestal alleen een uitwisseling van gevoelens is.
- Vraag of je een tweede bezoek mag
brengen om wat verdere afspraken te maken.
Een tweede bezoek
- Vraag wat de school kan betekenen
voor de ouders.
- Overleg over alle te nemen
stappen:
- bezoekmogelijkheden van
leerlingen;
- het plaatsen van een
rouwadvertentie; niet voor plaatsing familieadvertentie
- het afscheid nemen van de
overleden leerling;
- bijdragen aan de begrafenis;
- bijwonen van de begrafenis;
afscheidsdienst op school.
F. Contacten met de
ouders van de overige leerlingen
- Informeer de ouders via een brief
over:
- de gebeurtenis;
- organisatorische aanpassingen;
- de zorg voor de leerlingen op
school;
- contactpersonen op school;
- regels over aanwezigheid;
- rouwbezoek en aanwezigheid bij
de begrafenis;
- eventuele afscheidsdienst op
school;
- nazorg voor de leerlingen;
- (eventueel) rouwprocessen bij
kinderen en problemen die zich daarbij kunnen voordoen. (info
jeugdzorg)
G. Voor de
begrafenis,
- Houd de reacties van kinderen goed
in de gaten. Verdriet en vrolijk spel wisselen zich vaak af
- Creëer een herinneringsplek (ook
na de begrafenis).
- Haal de stoel/tafel niet direct
uit het lokaal; zet in dat jaar geen nieuwe leerling op die plaats
- Bedenk met de klas hoe je de
overledene het best kunt gedenken:
foto, kaars,
bloemen, attributen van het kind, geliefd speelgoed en dergelijke.
- Geef ruimte voor vragen.
- Geef leerlingen de kans om zich
creatief te uiten: tekenen. Jonge kinderen spelen in de
poppenhoek.
- Informeer of de overleden
leerling toonbaar is alvorens met de kinderen op rouwbezoek te
gaan.
- Bereid de leerlingen klassikaal
tijdens een kringgesprek voor op het afscheid en leg ze uit wat
ze hierbij kunnen verwachten.
- De kinderen kunnen in overleg
met de ouders van de overledene een aandeel hebben in de
rouwdienst.
- Houd rekening met
cultuurverschillen
- Rituelen zijn belangrijk voor de
rouwverwerking planten van een boompje, een persoonlijke
boodschap op de kist leggen, zingen, e.d.
- Overweeg of de vlag halfstok
wordt gehangen.
- Als de ouders van de overledene
de aanwezigheid van de kinderen bij de uitvaart niet op prijs
stellen, kan op school een afscheidsdienst worden gehouden.
- Vang de leerlingen na de
uitvaart op om nog even na te praten.
H. Na de begrafenis
- Neem de dagen erna in de klas ruim
de tijd om over de begrafenis te spreken.
- Probeer zo mogelijk de dag na de
uitvaart weer te starten met de lessen.
- Organiseer gerichte activiteiten
om het rouwproces te bevorderen zoals schrijven, tekenen of het
werken met gevoelens.
- Hang eventueel een foto op van de
overleden leerling in de klas of in de school.
I . Nazorg
Overleden leerling
- Laat de lege stoel/tafel van het
kind in de klas staan.
- Streep de naam van het kind niet
door.
Ouders, broers en
zussen van de overleden leerling
- Denk aan de ouders; zij hebben
vaak behoefte aan een nagesprek.
- Nodig de ouders uit voor
activiteiten op school. Zij geven zelf wel aan of ze dit
aankunnen.
- Denk op de verjaardag en sterfdag
aan ouders, broers en zussen van de overleden leerling.
- Heb oog voor de moeilijke momenten
van de ouders van de overledene: schoolreisjes, ouderavonden en
dergelijke; een kaartje of een gebaar op die momenten is voor
ouders heel ondersteunend. (de leerkracht regelt dit)
- Houd oog voor de broertjes en
zusjes van het overleden kind.
- Persoonlijke bezittingen van de
overleden leerling aan de ouders overhandigen.
Medeleerlingen
Het is belangrijk dat een kind
weet dat het zich mag uiten. Het kind weet dan: ik sta er niet
alleen voor!
Soms zie je de rouwreactie van
kinderen pas weken of maanden later. Deze reactie kan explosief
zijn. Let op de signalen:
- duimzuigen
- afhankelijk gedrag
- kinderlijk gedrag
- ouderlijk gedrag
- lichamelijke klachten
- slapeloosheid
- ander spelgedrag
- angst om alleen te zijn
- slecht eten
- angstdromen
- niet meer kunnen huilen
- anders huilen
- prikkelbaarheid
- buikpijn
- stemverandering
- zich terugtrekken
- Let speciaal op
risicoleerlingen, zoals kinderen die al eerder een verlies
hebben geleden.
- Ook is het belangrijk om extra
aandacht aan vluchtelingenkinderen te geven. Zij hebben vaak al
veel verloren (traumatische ervaringen).
- Jongens gaan vaak schijnbaar
laconiek met het verlies om. Vaak vertonen zij dan stoer gedrag:
'niks aan de hand'.
- Sta af en toe stil bij
herinneringen, besteed aandacht aan de verjaardag en sterfdag
van de overleden leerling.
- Rond aan het einde van het
schooljaar iets af met de kinderen van de klas van de
overledene.
Leerkracht
- Nazorg voor de groepsleerkracht en
het team. (gebedsgroep ouders!)
- Breng bezittingen van de
overledene te zijner tijd naar de ouders.
J. Bij ernstige
ziekte
Als er aan het
overlijden van een kind een ziekteproces vooraf gaat, let dan op het
volgende:
0 Voor zieke
kinderen is school wellicht nog belangrijker dan voor gezonde
kinderen. School geeft een hoopvol toekomstperspectief. Laat
daarom het zieke kind zoveel mogelijk deelnemen aan alle
activiteiten. Zo komt het kind niet in een ongewilde
uitzonderingspositie te zitten.
0 Bereid de
klas goed voor op de uiterlijke veranderingen gedurende de
ziekte. Kinderen zijn immers erg gevoelig voor een beoordeling
van hun uiterlijk.
0 Laat een kind
eventueel zelf of samen met de ouders vertellen wat er aan de hand
is
0 Regelmatig
contact met de ouders is erg belangrijk. (Ook om te weten wat
het kind zelf al weet!)
0 Als de ziekte
ongeneeslijk is, kan het zijn dat de ouders en het kind er thuis
niet over praten om elkaar te beschermen. Het kind zoekt dan
vaak een vertrouwd persoon buiten het gezin, b.v. iemand van
school.
0 Laat het kind
merken dat het altijd kan en mag praten over de ziekte.
0 De klas te
vroeg inlichten over een langdurige ziekte is niet erg
verstandig. De leerlingen hebben dan misschien moeite om gewoon
te doen tegen de zieke leerling en doordat de ziekte zo lang
duurt, verslapt de aandacht snel en is de schok des te groter.
0 Als de
leerling niet meer op school kan komen, houd dan wel steeds
contact. Dit kan bijvoorbeeld door een dagboek bij te houden,
post te sturen, video/foto's e.d. Houd de ouders op de hoogte
van de gebeurtenissen op school.
II. Het overlijden
van een personeelslid
Maak gebruik van de
checkpunten die genoemd zijn bij het overlijden van een leerling.
De directie
informeert:
- De collega's.
- De klas (zie I c).
- Bestuur, MR, O.R, de Inspectie
en het administratiekantoor.
- De directie regelt vervanging.
- De directie informeert de
vervanger over het overlijden en de emoties van de groep.
- De directeur verifieert de
afspraken die door de overleden collega nog zijn gemaakt.
- Zie ook I (bezoek aan
nabestaanden).
III Het overlijden
van een ouder, broer of zus van een leerling
0 De leerkracht
zorgt ervoor goed geïnformeerd te zijn en vertelt aan de klas wat
er gebeurd is.
0 De leerkracht
bezoek met (eventueel) medeleerlingen en de directie de
rouwdienst/begrafenis.
0 De leerkracht
zorgt voor een goede opvang als de betrokken leerling weer op
school terugkomt: eigen zorg en die van de medeleerlingen.
0 De directie
draagt zorg voor de verwerking van de gegevens in de
leerlingadministratie.
0 Van een nieuwe
leerling; moet de oude school ook de informatie omtrent de dood
van familie overdragen.
|